Een recente circulaire van de fiscus bespreekt de mogelijkheid voor een werkgever om, onder bepaalde voorwaarden, een forfaitaire thuiswerkvergoeding toe te kennen aan zijn werknemers. Op basis van de circulaire kan de vergoeding worden toegepast, zonder een voorafgaand akkoord van de fiscus te moeten vragen. De maatregel geldt vanaf 1 maart 2020.
Indien de werknemers werkelijk regelmatig en structureel thuis werken (m.n. minstens 5 werkdagen per maand), kan de werkgever een forfaitaire thuiswerkvergoeding toekennen van 129,48 euro per maand (incl. index sedert 1 april 2020, voor maart bedraagt de vergoeding 126,94 EUR).
Voor de verkrijgers is die forfaitaire thuiswerkvergoeding een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever. De kost is volledig aftrekbaar bij de werkgever.
Bovenop deze vergoeding mag de werkgever volgende kosten terugbetalen:
- Gebruik van de eigen PC – een forfait van max. 20 EUR per maand wordt aanvaard
- Gebruik van de eigen internetverbinding – een forfait van max. 20 EUR per maand wordt aanvaard
Als de werknemer andere kosten moet maken (gebruik eigen telefoon, aankoop van een scherm of een scanner, …) mag de werkgever die ook terugbetalen. Daarvoor geldt er geen algemeen forfait, de terugbetaling moet gebaseerd zijn op de werkelijke kosten.
Wens je als werkgever naast het algemeen forfait dus ook andere kosten (al dan niet op forfaitaire basis) te vergoeden (bv. autokosten), dan kan er nog steeds een aanvraag worden geïnitieerd bij de rulingcommissie.
Deze maatregel is van toepassing sinds 1 maart 2020.
Heb je meer vragen over deze regeling, aarzel dan zeker niet om uw dnf-adviseur te contacteren!

De overheid voorziet in tal van maatregelen om de impact van het corona-virus te beperken. Hieronder ook de hinderpremie. Deze premie richt zich op ondernemingen die verplicht zijn om volledig te sluiten en bestaat uit een éénmalig bedrag van 4000 euro (vanaf 6/04 aangepast naar een dagvergoeding van 160 euro per sluitingsdag).
Al snel bleek dat er veel andere ondernemingen hier niet in aanmerking kwamen – gezien zij niet verplicht waren te sluiten – maar wél hun omzet sterk zagen afnemen door het corona virus. Hiervoor werd de geacht corona compensatiepremie in het leven geroepen. Tot op heden waren de vereisten betreffende deze premie relatief beperkt. Deze werden sinds vorige week sterk uitgebreid.Hierdoor is er meer duidelijkheid over wie al dan niet in aanmerking komt komt voor de premie en blijkt dat bepaalde ondernemingen niet langer kunnen genieten van deze premie. We zetten alle reeds gekende vereisten graag op een rijtje voor u.
Wie komt er in aanmerking voor de compensatiepremie?
Je komt in aanmerking als je tot één van de volgende categorieën behoort:
- Zelfstandige in hoofdberoep
- Zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen (netto belastbaar inkomen) heeft van minimale 13.993,78 euro
- Een vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht met minimaal 1 VTE werkend vennoot of minimaal 1 VTE bij de RSZ ingeschreven personeelslid
- Een buitenlandse onderneming met vergelijkbare statuut met minimale 1 VTE werkend vennoot of relatieve 1 VTE bij de RSZ ingeschreven personeelslid
- Een vereniging met economische activiteit met minstens 1 VTE bij de RSZ ingeschreven personeelslid.
Ben je een zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro en als loontrekkende niet 80% van meer is tewerkgesteld, dan kom je in aanmerking voor de premie van 1.500 euro. Gepensioneerden die een zelfstandige activiteit uitoefenen en student-onafhankelijkheid komen in aanmerking voor zover ze voldoen aan voormelde voorwaarden. Ook journalisten en andere beroepscategorieën die van rechtswege zijn vrijgesteld van de wettelijke bijdragen kunnen genieten van deze steunmaatregel.
- De onderneming of zelfstandige is op 12 maart 2020 actief volgens de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Ondernemingen die zich in een niet-actieve toestand voorkomen zijn uitgesloten (bijvoorbeeld ingeval van faillissement, vereffening, stopzetting, etc.)
- De onderneming heeft een actieve exploitatie- of uitbatingszetel in het Vlaamse Gewest.
Wie komt er niet in aanmerking voor de compensatiepremie?
- holdingvennootschappen;
- patrimoniumvennootschappen (verhuur en exploitatie van eigen of geleased niet-residentieel onroerend goed, exclusief terreinen);
- activiteiten van hoofdkantoren;
- managementvennootschappen waarvan de zaakvoerder van de onderneming zakelijke diensten verleent aan een onderneming die rieten de compensatiepremie is ontvangen en waarin deze zelfde bestuurder, vennoot of zaakvoerder is.
- de ondernemingen die verplicht zijn om te sluiten door de federale maatregelen en bijgevolg aanspraak maken op een corona hinderpremie (dit geldt dus niet voor de onafhankelijkheid in bijberoep).
Welke hoofdactiviteit?
De hoofdactiviteit van je onderneming behelst op 13 maart 2020 volgens je inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO) tot één van de activiteiten opgenomen in deze lijst van nace-codes. Het betreft:
- de eventsector en de andere ondernemingen die indirect door de sluitingen en afgelastingen ten gevolge van de coronavirusmaatregelen worden getroffen;
- de (para) medische beroepen en technische controle die ten gevolge van de coronavirusmaatregelen alleen nog dringende interventies mogen doen;
- de dienstenleveranciers die ten gevolge van de coronavirusmaatregelen alleen nog dringende interventies mogen doen of waarbij bepaalde werklocaties worden afgesloten;
- de ondernemingen die essentiële diensten leveren.
- Zelfstandigen in bijberoep die verplicht sluiten ingevolge de opgelegde federale maatregelen, maar die niet in aanmerking komen voor de corona hinderpremie.
Ben je niet actief in één van voormelde categorieën en was je niet verplicht de deuren te sluiten, dan komt je onderneming in aanmerking voor steun indien u een substantiële exploitatiebeperking ondergaat ten gevolge van de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan (zie meer uitleg hieronder).
Ondernemingen die een verminderde omzet hebben die niet gerelateerd zijn aan de coronacrisis komen niet in aanmerking.
Omzetdaling
De onderneming moet een omzetdaling van tijdelijk 60% hebben ten gevolge van vermelde exploitatiebeperkingen door de Coronavirusmaatregelen.
De periode waarin de omzetdaling zich moet manifesteren loopt van 14 maart 2020 tot en met 30 april 2020. De referentieperiode is de periode van 14 maart 2019 tot en met 30 april 2019. Indien de referentieperiode een abnormale lage omzet aantoont mag de periode vervangen worden door een andere referentieperiode (bv. Bij arbeidsongeschiktheid tijdens deze referteperiode).
Voor startende ondernemingen geldt als referentie voor omzet van 14 maart 2020 tot en met 30 april 2020 in een financieel plan. Startende ondernemingen die geen financieel plan dienen neerleggen bij opstart (bv. Eenmanszaken) moeten een financieel plan opstellen om de lagere omzet te verantwoorden.
De omzetdaling is de daling van de omzet (excl. Btw) ingevolge verminderde prestaties door exploitatie Aangebracht op opgelegd door de Nationale Veiligheidsraad, dus niet door uitgestelde facturatie.De omzetdaling wordt aangenomen op basis van een van volgende elementen:
- dagontvangsten
- prestaties
- tijdsregistratie
Ingeval van omzetdaling door substantiële exploitatie waarop, moet de omzetdaling het gevolg zijn van bijvoorbeeld de opgeleverde verplichtingen, zoals deze van de sociale afstand van de werknemers waardoor de onderneming niet op volle toeren kan draaien. De omzetdaling kan ook te wijten zijn aan de verminderde naam van producten en diensten door professionele klanten omdat zij hun zaak sluiten. Loutere omzetdaling door verminderde vraag is een onvoldoende reden.
Bij aanvraag dient er ook een link gelegd te worden tussen de maatregelen die moeten nageleefd worden en de gevolgen hiervan op uw beroepsuitoefening. De motivering moet bestaan uit 2 delen: over welke coronamaatregel het gaat en hoe deze coronamaatregel de normale uitvoering van onmogelijk maakt.
Hoe en wanneer compensatiepremie aanvragen?
De compensatiepremie kan momenteel nog niet aangevraagd worden. VLAIO zal deze online tool morgen (05/05/2020) lanceren.
Vragen over deze en andere corona steunmaatregelen? Neem dan zeker contact op met uw vertrouwde dnf-adviseur!

Algemeen
De voorafbetalingen van de eerste vervaldag moeten ten laatste op 14 april 2020 op de rekening van de Dienst Voorafbetalingen toekomen.
Aangezien de belastingvermeerdering van 6,75% niet werd aangepast in het kader van de recente steunmaatregelen, kan het zeker nog aangewezen zijn om nu reeds de nodige voorafbetalingen te doen.
Voor kleine vennootschappen is deze vermeerdering niet van toepassing gedurende de eerste 3 boekjaren vanaf de oprichting.
De betaling dient te gebeuren op rekening BE61 6792 0022 9117 met als begunstigde: “Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen”. Als mededeling gebruik je bij voorkeur de gestructureerde mededeling op basis van het ondernemingsnummer (https://financien.belgium.be/nl/gestructureerde-mededeling).
Indien het verloop van uw omzet/winst voor boekjaar 2020 momenteel moeilijk in te schatten zou zijn, kan u eventueel opteren voor een latere betaling van uw voorafbetalingen (zie hieronder).
Zoals u vermoedelijk weet, kan u bij uw financiële instelling ook een krediet aangaan voor de voorafbetalingen. Indien u hieromtrent nog vragen zou hebben, kan u ons altijd contacteren.
Steunmaatregelen in het kader van de coronacrisis
Vorige week heeft de regering beslist om voor vennootschappen en zelfstandigen de percentages van de voordelen van de voorafbetalingen van de derde en vierde vervaldag, op respectievelijk 10 oktober en 20 december, te verhogen. Dankzij deze steunmaatregel is het uitstellen van voorafbetalingen minder nadelig.
Aangezien de maatregel is bedoeld voor vennootschappen met liquiditeitsproblemen, geldt deze niet voor vennootschappen die:
- Een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering doen;
- Dividenden betalen of toekennen tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020
In de tabel hieronder kan u de aangepaste percentages voor de voorafbetalingen terugvinden:

Indien u hieromtrent nog vragen zou hebben, kan u steeds uw dossierbeheerder contacteren.

De Corona-crisis heeft de regering ook aangezet om incentives op vlak van de inkomstenbelasting uit haar hoed te toveren. Zo is op 18 juni door de Kamer een nieuwe regeling inzake de ‘carry-back’ van verliezen goedgekeurd. De wet werd op 01/07 gepubliceerd in het Belgisch staatsblad.
Op 18 juni heeft de Kamer het ‘Wetsontwerp houdende fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie’ goedgekeurd.
De nieuwe Wet biedt de mogelijkheid om de verliezen die zelfstandigen en vennootschappen t.g.v. de coronacrisis in 2020 zouden behalen, reeds in 2019 mee op te nemen ter vermindering van de belastbare basis (en dit zowel in de personen- als in de vennootschapsbelasting).
Vrijgestelde reserve of economische vrijstelling
De ‘carry-back’ houdt in dat een vennootschap voor haar boekjaar (BJ) dat afsluit tussen 13.03.2019 en 31.12.2020, een tijdelijke vrijgestelde reserve kan aanleggen t.b.v. het verwachte verlies van het daaropvolgende BJ. Ook een natuurlijk persoon die belast wordt op de winst of baten zou het verlies van inkomstenjaar 2020 reeds kunnen voorzien in inkomstenjaar 2019. Deze tijdelijke reserve wordt dan in het volgende BJ teruggedraaid, zodat het verlies geen twee maal meegenomen wordt. In de personenbelasting (PB) wordt gesproken over een economische vrijstelling die ook wordt gecompenseerd in het werkelijke verliesjaar.
Het absolute maximum aan verlies dat kan teruggedraaid worden is € 20 Mio. Ook kan er geen fiscaal verlies gecreëerd worden in 2019, maar mag maximaal het resultaat van 2019 worden gecompenseerd met verliezen van 2020. Bovendien geldt de regel niet voor ondernemingen met linken in belastingparadijzen en voor vennootschappen die voldoende liquiditeiten lijken te hebben en dividenden uitkeren, kapitaalverminderingen of een inkoop eigen aandelen doorvoeren.
Sanctie indien verlies 2020 overschat
Uiteraard is het BJ 2020 nog niet afgesloten wanneer de aangifte over 2019 wordt ingediend en kan er slechts met assumpties gewerkt worden. Zo zal de aangifte VennB over 31.12.2019 en ook de aangifte PB via volmacht in september / oktober moeten ingediend worden. Best is om het verlies niet te overschatten. De ontwerpwetgeving voorziet immers in een sanctie indien er te veel verlies werd teruggedraaid, in de vorm van een bijkomende aanslag of belastingvermeerdering. Het tarief van deze bijkomende aanslag loopt op van 2% tot 40%, te berekenen aan de hand van een complexe formule. De formule leidt tot een hoger tarief in de mate dat het werkelijke resultaat in 2020 meer of minder afwijkt van het genomen verlies in 2019.
Bijkomende correctie wegens tariefverschil in de vennootschapsbelasting
In de VennB daalt het algemeen tarief vanaf AJ 2021 (BJ’n startend per 01.01.2020) van 29,58% naar 25% en voor KMO’s daalt het verlaagd tarief voor de eerste € 100.000 van 20,4% naar 20%. Het verlies van 2020 reeds in 2019 meenemen, brengt dan ook een bijkomend voordeel met zich mee t.b.v. dit tariefverschil. Het ontwerp voorziet daarom in een bijkomende correctie in 2020.
Conclusie
Meent u dat u in 2020 een verlies gaat leiden, neem dan zeker met ons contact op om te bekijken hoe dit optimaal kan meegenomen worden in de aangifte over 2019.
Het corona virus heeft al enkele dagen een waarneembare impact op onze manier van werken, en eigenlijk ook op onze algemene manier van leven. Het virus zal helaas ook een aanzienlijke impact hebben op de Belgische economie.
De overheid heeft, naar aanleiding van de verder verspreiding van het virus, strikte maatregelen genomen die wij ten volle begrijpen en ondersteunen. Onze eerste focus is nu de gezondheid en het welzijn van onze medewerkers, onze klanten en de mensen om ons heen. Wij volgen de richtlijnen van de overheid dan ook nauwlettend op en hebben de nodige preventieve maatregelen getroffen.
Onze medewerkers werken vanaf heden van thuis en respecteren de regels met betrekking tot ‘social distancing’. Vergaderingen worden zoveel mogelijk virtueel georganiseerd. Deze maatregelen blijven – voorlopig – van toepassing tot 5 april 2020, waarna we de situatie opnieuw zullen beoordelen.
Wat betekenen deze maatregelen concreet voor onze dienstverlening aan u?
Onze dossierbeheerders blijven bereikbaar en zullen u blijven adviseren en bijstaan, ook tijdens deze uitdagende tijden. Ze hebben alle middelen en technologie ter beschikking om op afstand te werken en u, ook bij telewerk, verder te helpen met uw vragen.
Via mail, telefoon, video of conference call blijven wij graag met u in contact.
Wanneer uitzonderlijke omstandigheden zoals het corona virus een impact hebben op uw bedrijfswerking, is het meer dan ooit onze taak om u bij te staan. We bekijken graag samen wat ze voor uw bedrijf kunnen betekenen. U kan steeds bij ons terecht voor advies en hulp. Graag zoeken wij samen naar een oplossing op uw maat.
Verder brengen we jullie graag op de hoogte van de belangrijkste (wijzigingen m.b.t.) steunmaatregelen van de overheid:
Aanvragen tijdelijke werkloosheid – arbeiders en bedienden:
- Vanaf 13 maart worden alle aanvragen werkloosheid door corona als overmacht beschouwd. Concreet wil dit zeggen dat je geen voorafgaande melding meer dient door te geven, geen controlekaarten af moet geven, alsook geen dossier op te maken ter staving.
- Wél moet je op het einde van de maand de dagen van werkloosheid aangeven bij het versturen van de verloning. Meeste sociale secretariaten zijn deze looncodes aan het aanmaken zodat deze vandaag in jouw payroll pakket beschikbaar zijn. Op basis van deze aangepaste looncodes wordt de juiste info doorgegeven aan de RVA. Zo worden alle werkloosheidsuitkeringen correct berekend en automatisch de juiste documenten aangemaakt.
- Je kan tijdelijke werkloosheid wegens overmacht retroactief toepassen en inboeken, vanaf 13 maart.
- Je kan gewerkte dagen afwisselen met overmachtsdagen. Voor de gewerkte dagen ontvangen je medewerkers uiteraard gewoon hun loon.
- De RVA zal zelf 5,63€ per werkloosheidsdag en per werknemer bijbetalen, bovenop de werkloosheidsuitkering.
- Je medewerkers moeten ook nog iets ondernemen. Zij moeten een document C3.2 opvragen bij hun vakbond of bij de hulpkas. Dat kan via hun website. Dit document moeten ze hen ingevuld terugbezorgen om de uitbetaling correct te laten verlopen.
- Heb je reeds een aangifte ingediend volgens de oude procedure? Dan moet je de controlekaarten die je ontvangt niet meer verdelen aan je werknemers.
- Werknemers krijgen een uitkering van 70% van hun brutoloon, begrensd tot een bedrag van 2.754,76 euro + uitkering RVA van 5,63 euro per werkloosheidsdag. In sommige sectoren is nog een supplement voorzien ten laste van de werkgever.
- Op alle uitkeringen tijdelijke werkloosheid (dus ook de aanvullende toeslag) wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden.
(Automatisch) uitstel (toekomstige) betaling bedrijfsvoorheffing & BTW
- De overheid kent momenteel een uitstel tot betaling bedrijfsvoorheffing toe voor een periode van 2 maanden. Dit uitstel wordt toegekend voor alle sectoren. Concreet wil dit zeggen dat de maandaangifte februari 2020 verlengd wordt tot 13 mei 2020; maandaangifte maart 2020 verlengd wordt tot 15 juni 2020 en de kwartaalaangifte Q1 2020 verlengd wordt tot 15 juni 2020. Sommige sociaal secretariaten die met een bankvolmacht werken zullen het bedrag automatisch terugstorten en de betaalaanvraag later opnieuw aanbieden. Je informeert best voor de zekerheid ook bij je bank.
- U krijgt een automatisch uitstel van betaling van twee maanden voor de btw zonder boetes of interesten te moeten betalen. Concreet wil dit zeggen dat de maandaangifte februari 2020 verlengd wordt tot 20 mei 2020; maandaangifte maart 2020 verlengd wordt tot 20 juni 2020 en de kwartaalaangifte Q1 2020 verlengd wordt tot 20 juni 2020.
Uitstel van betaling (van reeds bestaande) schulden: btw – bedrijfsvoorheffing – personenbelasting – vennootschapsbelasting – rechtspersonenbelasting
De natuurlijke- of rechtspersonen in het bezit van een ondernemingsnummer (KBO):
- ongeacht hun activiteitensector
- die daadwerkelijk hinder ondervinden ingevolge de verspreiding van het coronavirus, en dit ook kunnen aantonen (vb. een daling van het omzetcijfer, een aanzienlijke daling van de bestellingen en/of reservaties, gevolgen van een “kettingreactie” met partnerondernemingen,…)
De steunmaatregelen kunnen niet toegekend worden aan ondernemingen die, onafhankelijk van het coronavirus, structurele betaalmoeilijkheden kennen. Aanvragen dienen uiterlijk voor 30 juni 2020 ingediend te worden.
Hinderpremie
- Ondernemingen met een fysieke inrichting in Vlaanderen die verplicht worden tot sluiting door de opgelegde federale maatregelen kunnen aanspraak maken op de premie.
- Indien je verplicht bent je onderneming volledig te sluiten, dan kan je als je aan de voorwaarden voldoet aanspraak maken op een premie van 4000 euro, ook al bied je nog take-away mogelijkheden aan of doe je leveringen aan huis.
- Moet je enkel verplicht sluiten in het weekend, dan heb je recht op 2000 euro.
- De toepassing om een aanvraag in te dienen is in volle ontwikkeling en zou deze week geactiveerd worden.
Zelfstandigen
- Alle zelfstandigen kunnen een uitstel van betaling aanvragen. Hiervoor neem je best contact op met je Sociaal Verzekeringsfonds. De meeste van hen hebben hiervoor een tool opgemaakt zodat je dit digitaal kan aanvragen. Het uitstel betreft het 1ste kwartaal met een betalingsdatum van 31 maart 2020 (dat verplaatst wordt naar 31 maart 2021) en het 2de kwartaal 2020 met betalingsdatum 30 van juni 2020 (dat verplaatste naar 30 juni 2021). Werk je met domiciliëring? Ook dan raden we je aan om – na de aanvraag – contact op te nemen met je bank om dit tijdelijk stop te zetten.
- Vermindering sociale bijdrage naar de wettelijke drempels bij verlaging van je inkomen
- Vrijstelling omwille van tijdelijke financiële moeilijkheden voor de sociale bijdragen van het 1ste en 2de kwartaal 2020
- Overbruggingsrecht tot € 1.291,69 (of € 1.614,10 met gezinslast): voor alle zelfstandigen in hoofdberoep en meewerkende echtgenotes in maxi-statuut. Je hebt hier recht op indien je actief bent in de horeca, indien je actief bent in een andere sector waar je verplicht bent je onderneming volledig of gedeeltelijk te sluiten of wanneer je actief bent in andere sectoren die uit voorzorg of omdat ze te weinig klanten hebben moeten sluiten.
Kredieten & leningen
Er zijn momenteel onderhandelingen m.b.t. het flexibel aangaan van nieuwe kredieten. Van zodra hier concrete maatregelen zijn opgesteld, brengen we u graag verder op de hoogte.
Heb je nog vragen na het lezen van deze mail? Aarzel dan zeker niet om contact op te nemen met ons! We helpen je graag verder.
Tenslotte wensen we u veel moed in deze uitdagende tijden, maar bovenal een goede gezondheid voor uzelf en uw naaste omgeving.
Gezien de recentste ontwikkelingen omtrent het corona virus heeft de overheid enkele maatregelen ingevoerd voor bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks hierdoor beïnvloed worden. We volgen deze en eventuele bijkomende maatregelen nauwgezet op voor onze klanten. Tevens zijn er reeds bestaande maatregelen om dergelijke situaties het hoofd te bieden.
We merken dat klanten wel wat vragen hebben: Wat indien je geen of minder werk hebt voor je werknemers? Wanneer kun je tijdelijke werkloosheid inroepen? Wat moet je daarvoor concreet doen?
Graag informeren wij u over de mogelijke maatregelen die u als onderneming kunt nemen:
- Aanvraag tijdelijke werkloosheid om economische redenen – bedienden & arbeiders
- Aanvraag tijdelijke werkloos overmacht – bedienden & arbeiders
Belangrijk! Vraag je tijdelijke werkloosheid overmacht aan, vermeld dan zeker ‘coronavirus’ als reden van overmacht, zowel voor arbeiders als bedienden. Voor tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen mag je niet vergeten om ‘coronavirus’ als bijkomende commentaar te vermelden bij je elektronische aanvraag (ASR), en dit ook weer zowel voor arbeiders als bedienden.
Verder kan u als onderneming ook uitstel van betaling aanvragen van:
- de bedrijfsvoorheffing;
- de btw;
- de personenbelasting;
- de rechtsperonenbelasting;
- sociale werkgeversbijdragen (eventueel bijkomende vrijstelling);
- de vennootschapsbelasting.
Indien u bijkomende vragen heeft, kan u steeds terecht op het volgende mailadres: yelena@dnf.be

Heeft u recht op betalingsuitstel van uw hypothecair- of ondernemingskrediet?
Minister van Financiën Alexander De Croo, de Nationale Bank van België en Febelfin hebben aangekondigd om ondernemingen en particulieren financieel te ondersteunen wanneer zij in problemen zouden komen door de coronacrisis. Hieronder vindt u meer details over een mogelijk betalingsuitstel van uw lopende kredieten, zoals beschikbaar op de website van Febelfin.
Indien u hieromtrent meer toelichting wenst, kan u contact opnemen met uw dnf adviseur of uw bank. Wij kunnen u uiteraard verder helpen met de vragen die u van uw bank zou krijgen om een betalingsuitstel van uw ondernemingskrediet te verlenen.
Betalingsuitstel van hypothecair krediet
Wat?
Een betalingsuitstel van het hypothecair krediet in het kader van de coronacrisis houdt in dat de kredietnemer gedurende maximaal 6 maanden zijn/haar krediet (en dit zowel voor kapitaal als intresten) niet moet afbetalen. Nadat de periode van uitstel is afgelopen, hernemen de betalingen. De looptijd van het krediet wordt maximaal verlengd met de periode van het betalingsuitstel.
Wie?
Een betalingsuitstel van het hypothecair krediet kan aangevraagd worden door particulieren die aan elk van deze 4 voorwaarden voldoen:
1) Het inkomen is gedaald of valt volledig weg door de coronacrisis door:
- Tijdelijke of volledige werkloosheid
- Ziekte ten gevolge van Covid-19
- Sluiting van een zaak
- Overbruggingsmaatregelen
- Bij koppels is het voldoende dat het inkomen van één van de partners daalt of wegvalt door de coronacrisis.
2) Er was op datum van 1 februari 2020 geen betalingsachterstand op het hypothecair krediet waarvoor uitstel gevraagd wordt.
3) Het hypothecair krediet is aangegaan op de enige woning en de hoofdverblijfplaats in België van de kredietnemer(s) (op het moment dat de aanvraag tot betalingsuitstel wordt gedaan).
4) Op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel is het totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank kleiner dan 25.000 EUR. Pensioensparen wordt hier niet in meegerekend.
Betalingsuitstel van ondernemingskrediet
Wat?
Een betalingsuitstel van het ondernemingskrediet in het kader van de coronacrisis houdt in dat de onderneming gedurende maximaal 6 maanden geen aflossingen van kapitaal moet doen. De intresten blijven wel verschuldigd.
Nadat de periode van uitstel is afgelopen, hernemen de betalingen. De looptijd van het krediet wordt verlengd met de periode van het betalingsuitstel.
Wie?
Een betalingsuitstel van het ondernemingskrediet kan worden aangevraagd door niet-financiële ondernemingen, KMO’s, zelfstandigen en non-profitorganisaties die aan elk van deze 4 voorwaarden voldoen:
1) De onderneming heeft betalingsproblemen door de coronacrisis:
- de omzet of activiteit is of zal gedaald/ dalen;
- er wordt volledig of deels beroep gedaan op tijdelijke of volledige werkloosheid;
- de overheid heeft – in het kader van de indijking van het coronavirus – bevolen tot sluiting van de onderneming.
2) De onderneming is vast gevestigd in België.
3) De onderneming had geen achterstal op haar lopende kredieten of bij de belastingen of sociale zekerheidsbijdragen op 1 februari 2020 of de onderneming had minder dan 30 dagen achterstal op haar lopende kredieten of bij de belastingen of sociale zekerheidsbijdragen op 29 februari 2020.
4) De onderneming heeft bij alle banken aan haar contractuele kredietverplichtingen voldaan gedurende de laatste 12 maanden voorafgaand aan 31 januari 2020 en doorloopt geen actieve kredietherstructurering.
Nieuwe steunmaatregel: compensatiepremie
Gisteren werd er een gloednieuwe steunmaatregel gelanceerd: de compensatiepremie. Deze premie richt zich tot ondernemers die de deuren niet verplicht moesten sluiten door de overheid, maar wel zwaar getroffen werden door het coronavirus en een aanzienlijk omzetverlies waarnemen.
Voorwaarden?
- Omzetverlies van -60% t.o.v. dezelfde periode vorig jaar (15/03-30/04). Voor starters wordt er vergeleken met het neergelegd financieel plan. Ook vzw’s komen in aanmerking, indien ze 1 voltijdse werknemer tewerkstellen.
- Indien meerdere vestigingen: max. 5 premies per onderneming
Omvang steun?
- € 3.000 voor zelfstandigen in hoofdberoep (of in bijberoep wanneer het inkomen gelijkaardig is aan dan van een zelfstandige in hoofdberoep)
- € 1.500 voor zelfstandigen in bijberoep met een inkomen tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro (ook voor zij die verplicht moeten sluiten, maar geldt niet voor zelfstandigen in bijberoep die dit combineren met een job als werknemer van 80% of meer).
De compensatiepremie zal binnenkort aan te vragen zijn via de website van VLAIO. Meer info volgt!
Ben je niet zeker of je in aanmerking komt of heb je hulp nodig bij het aantonen van het omzetverlies? Contacteer dnf!
Ik heb een vraag m.b.t. de steunmaatregelen
Heeft u vragen over de reeds bestaande steunmaatregelen? Neem dan zeker contact op met dnf! Dit kan door op de blauwe knop hierboven te klikken. Ook tijdens deze uitdagende tijden helpen wij u en uw organisatie graag verder.
Om de belastingverhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen te vermijden, kan nog een laatste keer vooraf betaald worden vóór 20 december 2019. Het verplichte btw-voorschot moet dan weer betaald zijn vóór 24 december 2019.

Voorafbetalingen: uitzondering voor starters
Enkel kleine starters zijn tijdelijk vrijgesteld van voorafbetalingen:
de uitzondering geldt voor kleine vennootschappen tijdens de eerste drie boekjaren (te rekenen vanaf oprichting).
Tijdig en voldoende voorafbetalingen = minder of geen verhoging
De betalingen moeten uiterlijk de 10de dag van de 4de, 7de en 10de maand, en de 20ste dag van de laatste maand van het boekjaar gedaan worden. Voor een boekjaar per kalenderjaar gelden dus de volgende data.
Voorafbetaling ten laatste op 10 april 2019 9,00%
Voorafbetaling ten laatste op 10 juli 2019 7,50%
Voorafbetaling ten laatste op 10 oktober 2019 6,00%
Voorafbetaling ten laatste op 20 december 2019 4,50%
Voorafbetalingen op rekening BE61 6792 0022 9117
De voorafbetalingen voor aanslagjaar 2020 (boekjaren per 31/12/2019) moeten betaald worden op het rekeningnummer: BE61 6792 0022 9117, op naam van “Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen”.
BTW voorschot December 2019
Als btw-plichtige onderneming (maand- of kwartaalaangever) moet u in de maand december een wettelijk verplicht voorschot betalen . Het voorschot moet uiterlijk op 24 december betaald zijn. Om het bedrag te bepalen heeft u de keuze tussen de twee volgende manieren:
- Werkelijke BTW
Het bedrag van het voorschot stemt overeen met de te betalen BTW van de verrichtingen van 1 oktober 2019 tot 20 december 2019 als kwartaalaangever of van de verrichtingen van 1 december 2019 tot 20 december 2019 als maandaangever. - BTW van de vorige periode
Als onderneming kan u ook hetzelfde bedrag betalen als de verschuldigde btw over het derde kwartaal 2019 (kwartaalaangever) of over de maand november (maandaangever).
Neem contact op met uw dnf-adviseur als u hierover verdere vragen zou hebben.

Het nieuwe vennootschapsrecht biedt inderdaad nieuwe en duidelijk afgelijnde regels rond bestuurdersaansprakelijkheid, via de nieuwe artikelen 2:56 tot 2:58 WVV. Het doel van de wetgever was meerledig: bestuurders krijgen de mogelijkheid om eenvoudiger aansprakelijkheidsverzekeringen af te sluiten, het ondernemersrisico wordt draaglijker en maximumgrenzen bieden voor iedere stakeholder meer duidelijkheid. Hoewel deze regels automatisch van toepassing zijn vanaf 01/01/2020, zijn er dus toch wat ondernemingen die van een ‘opt-in’ hebben gebruikt gemaakt om de regel vroeger te kunnen toepassen. Zijn deze regels dan zo interessant? U leest het in deze nieuwsbrief.
Eenduidige aansprakelijkheidsregeling voor alle soorten rechtspersonen en alle bestuurders
Waar voordien de aansprakelijkheid per vennootschapsvorm werd opgedeeld, is er nu sprake van een algemene aansprakelijkheidsregeling die geldig is voor alle soorten rechtspersonen (BV, NV, VZW, VOF, etc).
Ook de feitelijke bestuurders, m.n. zij die de werkelijke bestuursbevoegdheid hebben t.a.v. de rechtspersoon maar niet formeel benoemd zijn, zijn op dezelfde manier aansprakelijk als de formeel benoemde bestuurder.
Bestuursaansprakelijkheid: maximumgrenzen
De nieuwe grenzen worden bepaald in functie van de gemiddelde omzet (excl btw) en het gemiddelde balanstotaal van de vennootschap, van de laatste drie boekjaren voorafgaand aan de instelling van een aansprakelijkheidsvordering:
- Omzet minder dan 350.000 EUR en balanstotaal minder dan 175.000 EUR – Max. 125.000 EUR bestuurdersaansprakelijkheid
- Omzet minder dan 700.000 EUR en balanstotaal minder dan 350.000 EUR – Max. 250.000 EUR bestuurdersaansprakelijkheid
- Omzet tussen 700.000 EUR en 9.000.000 EUR of balanstotaal tussen 350.000 EUR en 4.500.000 EUR – Max. 1.000.000 EUR bestuurdersaansprakelijkheid
- Omzet minder dan 50.000.000 EUR en balanstotaal minder dan 43.000.000 EUR – Max. 3.000.000 EUR bestuurdersaansprakelijkheid
- Omzet meer dan 50.000.000 EUR of balanstotaal meer dan 43.000.000 EUR – Max. 12.000.000 EUR bestuurdersaansprakelijkheid
Deze drempels gelden voor alle bestuurders samen en per feit of geheel van feiten dat aanleiding kan geven tot aansprakelijkheid, ongeacht het aantal eisers of vorderingen.
Geen contractuele inperking van de aansprakelijkheid
Er kan niet voorzien worden in een contractuele beperking van de aansprakelijkheid onder de wettelijke grenzen. De rechtspersoon kan ook niet op voorhand afstand doen van een aansprakelijkheidsvordering t.a.v. de bestuurder. Dit wil zeggen dat ook de financiële gevolgen van de aansprakelijkheid niet ten laste kunnen komen van deze entiteiten. Elke bepaling in een contract of in de statuten die zulke inperking toch regelt, wordt als nietig beschouwd.
Nuance
De aansprakelijkheidsbeperking wordt echter wel genuanceerd, en geldt niet in het geval van:
- Een lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt;
- Zware fout;
- Bedrieglijk opzet;
- Oogmerk om te schaden (opzettelijke fout);
- Fouten tegen verplichtingen inzake o.a. het geldig inschrijven van aandelen, het volstorten van inbrengen en kapitaal;
- Fiscale of parafiscale schulden (onder bepaalde voorwaarden);
In concreto betekent dit meestal dat – kort gezegd – enkel de toevallige lichte fout kan genieten van de aansprakelijkheidsbeperking. Voorzichtigheid blijft dus geboden bij de uitoefening van een bestuursmandaat. Let wel, de bestuurdersaansprakelijkheidsbeperking geldt in principe niet wanneer de bestuurder niet in zijn hoedanigheid van bestuurder, maar wel van aandeelhouder of oprichter wordt aangesproken (bv. oprichtersaansprakelijkheid).
Inwerkingtreding?
De beperking is al van toepassing op nieuwe vennootschappen opgericht vanaf 1 mei 2019.
Voor bestaande vennootschappen zal dit pas gelden voor schadeveroorzakende feiten die plaatsvinden na 1 januari 2020, zijnde de datum waarop het WVV in principe van toepassing wordt op bestaande rechtspersonen. Indien de vennootschap echter al vroeger opteert voor het nieuwe WVV via statutenwijziging (opt-in) dan is deze regeling uiteraard vervroegd van toepassing.
Meer info? Contacteer uw dnf-adviseur indien u nog verdere vragen hierbij zou hebben.

U heeft het al meermaals gehoord; op 30 september 2019 moet iedere “uiteindelijke begunstigde” van een Belgische vennootschap, vzw, stichting , maatschap, fiducie of trust en soortgelijke juridische constructies zich hebben geregistreerd in het UBO-register.
Heeft u nog geen stappen ondernomen? Contacteer uw dnf adviseur dan meteen, opdat u geen boetes moet betalen. Wij kunnen de registratie doen voor uw vennootschap, vzw, of andere entiteit.
Wie moet zich registeren? Iedere “uiteindelijke begunstigde” of UBO, kort voor “Ultimate Beneficial Owner”. Het is van groot belang om alle begunstigden van uw vennootschap of andere entiteit goed in kaart te brengen.
De UBO’s die zich moeten registreren zijn:
- Voor vennootschappen:
Natuurlijke personen die rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 25% van de stemrechten of van het eigendomsbelang aanhouden. Is het aandeelhouderschap gesplitst in naakte eigendom en vruchtgebruik, dan zijn zowel de vruchtgebruiker als de naakte eigenaar geviseerd. Ook natuurlijke personen die zeggenschap hebben over de vennootschap (bv. via aandeelhoudersovereenkomsten) worden geviseerd. Het huwelijksvermogensrecht (gemeenschap of scheiding van goederen) kan mogelijks een impact hebben op de drempel van 25%.
Zijn er op basis van deze criteria geen “UBO’s” geïdentificeerd (beursgenoteerd, enkel aandeelhouders < 25%, …), dan moet het hoger leidinggevend personeel (bestuurders) zich registeren.
- Voor vzw’s en stichtingen:
De leden van de raad van bestuur, de vaste vertegenwoordigers, de stichters van een stichting, het dagelijkse bestuur,… kortom eenieder die zeggenschap heeft over de vzw of stichting. Ook de persoon in wiens belang de vzw of stichting is opgericht wordt geviseerd.
Wacht niet langer, want de deadline van 30 september staat voor de deur. Indien u ons vóór 15 september de nodige informatie bezorgt, zullen wij voor de tijdige registratie zorgen.
dnf belgium staat u graag bij om deze verplichting te vervullen. Indien u wenst kan u ons een volmacht geven om de registratie voor u te doen. Heeft u de registratie zelf gedaan, en wenst u een nazicht, contacteer ons dan ook gerust.


