
Dividenden worden in de regel belast aan 30%. Sinds enkele jaren kan een kleine vennootschap echter ook zogenaamde “liquidatiereserves” aanleggen. Net als een gewone reserve, is een liquidatiereserve een interne “spaarpot” voor de aandeelhouder(s). De spaarpot kan jaarlijks opgebouwd worden met de winst van het boekjaar.
De opgebouwde reserves worden aan goedkopere tarieven belast, in twee stappen:
De eerste maal dat een liquidatiereserve kon aangelegd worden was in aanslagjaar 2015 (inkomstenjaar 31/12/2014). Heeft uw vennootschap in dat jaar een reserve aangelegd, dan kan er dus reeds vanaf 1 januari 2020 een dividend uitgekeerd worden aan 5%.
Dat kan, zelfs tijdens de wachttermijn van 5 jaar. Echter enkel in geval van finale ontbinding en liquidatie van de vennootschap.
De dwingende bepalingen van het nieuw vennootschapsrecht – dat eerder dit jaar in werking trad – vereisen dat het bestuursorgaan van de besloten vennootschap (BV) en de coöperatieve vennootschap (CV) bij elke uitkering vanaf 1 januari 2020 een zogenaamde balans- en liquiditeitstest moet uitvoeren.
De algemene vergadering moet verifiëren of de uitkering er niet toe leidt dat het netto-actief van de vennootschap negatief wordt of dreigt te worden. Tegelijk zal het bestuursorgaan moeten nagaan of de vennootschap, volgens te verwachten ontwikkelingen, na de uitkering in staat zal blijven haar schulden te voldoen over een periode van ten minste 12 maanden, te rekenen vanaf de datum van uitkering. U dient dus extra verslagen op te maken vooraleer u kan overgaan tot een uitkering.
Heeft u hierover vragen, en wenst u na te gaan of ook u via de liquidatiereserves dividenden goedkoper kan uitkeren, contacteer ons dan gerust!

